2014 | 15e Kunstwandelroute | de gedichten | Enghuizer dialogen V


Gerard Akse | Nico Arts | Henk Beunk | Bert Bevers | Simon Dermijn | Ankh Gussinklo | P.B. Kempe | Hans Mellendijk | Dick Molenaar | Piet Post | Louis Radstaak | Bert Scheuter | Helma Snelooper | Wim van Til | Margót Veldhuizen | Lidwiene Vermeij | Rena Wams | Anna Wiersma 

----

#-projekt | 2e editie










KUNST | Margót Veldhuizen

En altijd maar weer de kunst niet
van de ander af te kijken, spelend 
als een kind de woorden te schikken
zodat zij spreken over dit landschap.



... | Piet Post

treurberk,
treurbeuk,
treurcypres,
treuriep,
treurwilg,

overal treurigheid








O-TRAUM | Hans Mellendijk

De schoevende moevende coulissen
wie dröttelt en zóbbeket daor in ’t rond? O!
Tussen opstanding en vurige tóngen. 

Per lopende meter zingeving. De hof van Plato.
Umringd deur Epicurese eerpelvelden. Aviko.
Zielsetalage adelt aosem in 't zicht van ’t Loo.



 O-Traum | Hans Mellendijk | versie 2010 




MODDER | Gerard Akse
[bij beeld van Pim van Arkel]

ik weet dat waterbeestjes
bij lage temperaturen
warmte zoeken in de modder

daar zijn het beestjes voor

het is hun huid, modder kleeft
wij zoeken ons heenkomen liever elders

maar dan toch stilstaan bij de poel

we putten hoop uit de witte bron,  
dat donker modderwater de wolkenlucht
helder reflecteert

licht of donker
we kennen tot op heden niet de uitkomst,
de overwinnaar

spiegeling
misschien zien we onszelf
modder product van tweestrijd

altijd onaf

het onbesliste



KUNSTROUTE | Nico Arts

Al zo vaak hetzelfde bos
dezelfde duffe geuren
van het opgeschoten hout
met korstmos als melaatse zweren

alsof het nimmer is gezien
mij telkens weer verrast
ik samen weer met haar
dezelfde weg gelopen

maar nooit dezelfde kunst
uit brein en hand ontsproten
wij samen van hun vondst
afwisselend genoten


LEEFTIJD  | Henk Beunk

de klok tikt tijd de geschiedenis in
verlengt per seconde het verleden 
kort de toekomst af

tijd is een eindloze niet te stoppen
niet te sturen ruimtelijke constante
die vierde dimensie heet

leef-tijd is een persoonsgebonden
meetbaar punt op een diffuus lijntje 
tussen komen en gaan

de autonome tijd
waar we aanhaken bij de geboorte 
en loskomen met de dood

afvallers raken achterop
verdwijnen uit het zicht
en op den duur uit beeld

de tijd loopt schrijdt
beweegt glijdt schuift
zonder aanzien des persoons

onverzettelijk


ENGHUIZEN | Simon Dermijn

Soms, even aangeraakt, voel ik haar
ontsnappen, opgenomen in het nevellicht
en de koele schoonheid van de herfst,
de fee van Enghuizen.

Een gedicht dwarrelt, even achter mij,
om te zien of de dichter werkelijk ziet,
voelt en vraagt, wat het later in een
bruine kroeg in woorden zal opschrijven.


Woorden legden aan bij het huis, de stallen,
de bomen, de dieren, de sloten en de bruggen.
Zij beschreven wat er was, er nu weer is maar
aarzelden bij wat er ooit zal zijn.


AARDE… | Ankh Gussinklo

de hemel ongenaakbaar -waar is de Jakobsladder -
adders onder het gras. hyper ventileer ik mijn angst
tot het diepste zwijgen mij verhoort: liefste
je hoeft geen adem te hálen, je krijgt lucht.


LUCHT… | Ankh Gussinklo
[vrij naar kind en wijsgeer]

wie kan de lucht bezitten, de grond. wie trekt
de lijnen om de landen, haalt strepen door het blauw.
wie herijkt ons idee over de zeeën, plant het 
bij elke barenswee tussen onze oren.                  

DOORKIJKJE …

van bron naar bron gelopen, van water
naar steen. Het lage licht, tranende ogen
gunst om te leven, kunst van sterven
de einder lokt en schrikt af.




VAN ENGHUIZEN TOT PLOEGSTEERT | P.B. Kempe
[bij een kunstwerk van Hannah Blom]

Fout na de oorlog: slot in de as…
Puntig úitstekend stuk land vol vuur
sloeg van Comines-Warneton (Hainaut)
staart uit de Groote Krijg naar Hummelo:

Gemenebestelijke zijloot
van lopende Zonder-naamstraat, dood

op het monument voor
de meer dan elfduizend,
klokke zeven luist’rend,
eerste vrijdagavond:
van bezuiden Ieper

tot bij het ondiep der Oude IJssel
klinkt de Last Post van de Shell Shock,
slotvuur per onstilbare trompet.


TEKENING | Hans Mellendijk

De lijn die de horizon zoekt
om dan de hoogte te volgen
de stralende lucht in de beek
vervloeit in een grandioos ik.


SCHILDERING | Hans Mellendijk

De streek die de vlakken vindt 
om dan het grasland te kleuren
schaduwen van bos in lange
banen gaan over in een jij.

ONTGINNING | Hans Mellendijk

De herinnering; opslag
van indruk en ontvangst en de
neerslag van hoe het beklijft
de heide, de hof, de stroom, hij.

AVOND | Dick Molenaar

De kunst is moe de woorden rusten zacht
in ’t land van bloemen boom en blad
waar oog en oor zijn goesting had
de avond valt ook u wordt terug verwacht

EIK  | Dick Molenaar

Trots reust de eik zijn stam
die de tijd verduurt
zuilt de oude eik
zijn lijf op gewijde grond


LENTE | Dick Molenaar

Bomen wachtend op nieuwe
bladeren worden wakker ook ik
veeg de nevel uit mijn ogen
de mist trekt op het is weer lente in het bos
  

HELMA, WO SIND DEINE GEDANKEN? | Louis Radstaak

uit de lange Greffelinkallee kwam
Snelooper Helma gefietst, zij zong
vrij luid 'n onverstaanbaar lied,
zij zag mij wel en zij zag mij niet.

VERA JANSSEN-KNOOPUWLOS | Louis Radstaak

Knorpelia, wat vloeit mij aan?
uw knekelveld is naar de maan
en alle karbonkels blozen

…| Bert Scheuter


SPEENKRUID | Helma Snelooper

het speenkruid spruit de perken uit
het druist, het bruist, het brast, het wast
-om lente te ontsluiten-
zich onmundig uit de kluiten

VROUWENMANTEL | Helma Snelooper

stut, beschut, om onder te schuilen
bij blauwe plekken, butsen en builen
blaardoorprikker, wondenlikker, tranentrekker, troostverstrekker
als ik wankel, als ik kantel wortelt mij de vrouwenmantel


DE ZWERM | Helma Snelooper
[gedicht bij het kunstwerk van Dries Olthof en Gebke Westra]

staalblauwe lucht
een vreugdekreet
in volle vaart
aaneengesmeed
zwenken we samen
zonder elkaar te raken
we geven ruimte
om aan te haken
bewaken elkaars bestaan

zo door de vorm bewogen
door de vlucht gevlogen
waaieren we uiteen
en dan draaien, jongleren,
scheren we
in gestroomlijnde ijver
vlak over de vijver
stijgen loodrecht bovenaards
onbezonnen hemelwaarts



VROUWE | Helma Snelooper
[gedicht bij het kunstwerk van Marjo Heuvels-Alders]

zij verschijnt
in onbeschrijfelijke schoonheid
en ze verleidt
lokt je binnen haar geheim
ze stilt de tijd
als je verwijlt in haar nabijheid
ze wil haar web rondom je weven
vangt je in de bloei van haar leven
bereidt je kruiderijen
geeft voedsel aan je dromen
ze lest je dorst volkomen
niemand die je zo begrijpt
je wenst
dat ze nooit verdwijnt



HOMO HUMUS | Helma Snelooper
[gedicht bij het kunstwerk van Wilma Brouwer]

ik weet niet zeker
of die boom
je wil begroeten of bedelven
het is wellicht hetzelfde
de wereld trilt onder je huid
ze duwt je voor- en achteruit
ze tilt je op, ze smijt je neer
en je staat weerloos in de storm
onbedaarlijk los van vorm
je hoort het bonzen in je bast
en hebt maar nauwelijks houvast
geen bescherming tegen regen
en de wind blijft je bewegen
en je weet opeens niet meer
of je moet jammeren of juichen
ik weet niet zeker of die boom
staat te barsten of te buigen





VER- GAAN
[gedicht bij het kunstwerk  van Gerrie Ploeg]

vergaand vertrokken
alles wat ik ooit bezat
zorgvuldig ingepakt
bij moeder aarde
in bewaring gegeven
vuile sokken
wijze lessen over leven
alsof er nooit een vroeger was
dans ik door het natte gras
licht van lust schud ik mijn lokken
draag ragfijne rode rokken
o ik popel om uit te lopen
luid kan ik de lokroep horen
ver voorbij geijkte tijden

als ik ten volle wil vertrekken
zal ik ver gaan

  
GEEN PAARD | Margót Veldhuizen

Hier spreken stenen als water
net als  de bomen en de dieren
ik noem er niet een bij naam,
een stiefkind is zo gemaakt.

Voor mij hoeft hier
geen paard te dansen
geen hond te springen.

Alles is zoals het moet zijn
bloeit zonder scrupules,
kent geen schaamte.

Bloemen openen zich in het ochtendlicht
de dauw glinstert als kristal, eiken staan
bij elkaar, alsof ze naaste familie zijn.
Hier valt de bloesem als sneeuw
dalen sterren vermomd als vlokken
zien wij het licht door de bomen,
houden de woorden lang  binnen.



LANDSCHAPSKUNSTENAAR | Lidwiene Vermeij

Hij heeft het water getroffen.
Het blauw van de hemel gehaald.

Terwijl zijn naaste buur
van het uitzicht geniet
vangt hij vissen met de hand.

Doodgeslagen verrijst in de pan
een groot wit oog
dat verbijsterd
naar de gaten in de lucht kijkt.

Er is geen reddende hand.
Het landschap blijft pittoresk
vanaf groene heuvels zichtbaar.

… | Rena Wams

golven emotie door eeuwigdurend
altijd bewegend vanuit de bron
levend water stroomt en meandert 
door een landschap dat je eigen is

glorieus de ochtendzon
stralend aan het firmament
zeven hemelen kussen
de ontpopte dageraad

HAIKU | Anna Wiersma

Mijn pen vergeten
Dankzij de zaktelefoon
Toch nog een haiku




GESLUIERD | Anna Wiersma
[bij een kunstwerk van Luitgard Schulz]

Ze is al oud maar levenslustig, sterk
en buigzaam in de wind.
Geslachten zag zij gaan en komen,
een kind, een man.
Nieuwe beloftes, vervlogen dromen,
een nieuw seizoen.
In lentetooi toont zij haar kracht,
verloren heeft ze en gewonnen.
Standvastig, fier
de blik vooruit als was zij jong.
Eeuwige schoonheid en bekoring
vestigt de blik op haar.
Als bij een bruid.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten