Enghuizer dialogen VII

Jachttrofeeën

Puntdichten over de jacht geschreven door De Omsmeders t.g.v. de 17e Hummelose Kunstwandelroute en De Enghuizer dialogen VII tussen Pasen en Pinksteren 2016.











 DE  JAGER

Zoals hij zich verheft boven het aardse
met oog en wapen het leven beheerst
hij uitkijkt naar het fatale moment
naast de wachtende muil van zijn hond

Nico Arts


JAAG ZACHT

Praat niet hardop in het woud.
Dat is voor niets goed. Immers:
de waarheid is als een schuw dier.
Mensen hebben er schrik van.

Bert Bevers









DE JACHT

dilemma ingeklemd tussen statussymbool
onverholen afkeer, versus de eer
hier te hangen
het hert

Ankh Gussinklo



JACHTAKKERS GEDICHT

Novemberse Hondsdagen: drijvers trekken hun blaffers
aan de hals, uit de holster. Eeuwig heffen de bossen
hun beurtlied van bloedworst aan, reezang van zwijn, fazant, hert,
                     patrijs - terwijl de jacht nog niet was begonnen. Of wel?                       
          
Pieter Bas Kempe
  



EEKHOORN, EENHOORN

Het jachtpad, reukspoor van de wintervoorraad
een wonderlijk koor dimensionaal
constructie van lust, geheugen, beeld en taal
sterrenbeeldstelsels in mijn achtertuin.

Hans Mellendijk







JAAG OP MIJ

Het verschil tussen jager en prooi vervaagt
Ik ben de prooi die op de jager jaagt
Jaag dan, jaag op het beest in mij
Onze omhelzing maakt me vrij

Jan Opdam


ECHO

het harde geweerschot echoot langdurig
zijn gewei trilt en schokt als bij een gevecht
het edelhert weet niet waar hij geraakt werd
de jager schoot het beest door de hersenen

Louis Radstaak



OOG IN OOG

Alles draait om weten
van geur, gras en prooi.
Geduld, gejaagd, gegeten.
De dood is bitter mooi.

Lidwiene Vermeij



END
ik draaide met de jager om de hete brij
alles wat mij in ’t verschiet lag viel in de pastei
hij joeg me door de bieten; wat een zwijnerij!
hier hang ik, uitgekleed tot op mijn gewei

Helma Snelooper






VOORBIJ

De dag loopt in het zwart, geen rand
waaruit een haas, een hert ontspringt.
Geen muze die mij met haar dans omringt,
geen jachttrofeeën aan de overkant.

Wim van Til




‘T HIJGEND HERT

Schiet alstublieft geen gaten in mijn mooie jas
laat mijn fluwelen ogen niet voor altijd breken
laat mij met ranke benen door dit landgoed gaan
met haar hoge bomen en smalle beken.

Margòt Veldhuizen

Foto's : © Hans Mellendijk

COPLA

De jacht is weer geopend.
Eén landgoed Zuidwaarts
wachten de dieren af. Na Pinksteren
zal ’t niet zo’n vaart meer lopen.

Anna Wiersma


schilderij: Willem Luesink

 Tussen de bomen


Vroeger, toen het bos nog jong was en
vinders van zwaarden er zwegen alsof
ze op een schande waren gestoten, was
het lover al goudkeverkleurig. Stel je voor

hoe hier de rituelen van de stam werden
overgeleverd door de hoofdzanger, in milde
doorschouwing naar klaarheid zwenkend.
Waarheid laat zich maar moeilijk vatten.

Bert Bevers




Foto's : © Hans Mellendijk

Hummelo 
in 'Normale' taal

Pal teggenan 't Enghuzer Landschap
-op ziet van 't darp- schûrkt zich
d'n Golden Karper sinds mensenheugenis
al op malkander an ewezen,
het pad begunt en endigt d'r.
't Klunk ietwat as een vis 
op 't dreuge maor toch dient dén 
veur't natjen en het dreugjen op zien tied.
Het park -zo wiet a'j kieken könt-
vult ons de longen met ni-jen aodemtocht
en stilte en vertier, hier wil genieten vri-j en
ongedwongen in mekare óp- en aovergaon.

En zolange at het volk maor kunsten mek
of d'r naor kump kieken, deelt ze brood
en spelen, blieft de hekkens los.
Gin sprake van d'n dood in de pot
van debacle of kater, integendeel een lot
uut de loteri-je, een vis in het water.
Dankzij mekare gold in de bek!

Ankh Gussinklo            



Foto: © Hans Mellendijk


Foto: © Hans Mellendijk | Beeld: Pegasos | Hermine Grob-Riswick

Vrucht van een mythe ...

Zoekend en stampend groeven
één voor één haar hoeven een kuil.
Hardnekkig gerucht; hieronder
de grond moest de bron schuilen.
Zwoegen, zuchten, zweten,
de damp sloeg ervan af.
Nagenoeg onbegonnen werk,
chaos, brokstukken, zerken,  
graven, een writer’s block ...

Tekens zwijgen, het koortsig draven
behoeft een pas op de plaats. Stil
het zwijgen spreekt! Een beeld breekt door,
speelt zachtjes met een nieuw geluid.
Een woord geeft er lucht aan; euvele moed
ontstaan bij de gratie van de kosmos.
De Feniks neemt een vlucht uit de as en
Pegasos; los van de zwaartekracht
krijgt haar inspiratie vleugels …

Ankh Gussinklo
gedicht bij het kunstwerk van Hermine Grob-Riswick



18 Maloi Jaroslawitz 60

De ochtend, wersten zuidwest’lijk van Moskou. De keizer,
zijn hondstrouwe Heeckeren, prille patrouille in de val
van Kozakken die in hun buit niet geloven,
per abuis Kutuzov overtuigen van het bestaan
ener Plus Grande Armée  -
                                                            met historisch gevolg
tot diep in de Achterhoek, waar Petit-Iaroslas
als vreedzame boerenhofstee verrijst aan de
Zelhemseweg benoorden Jena: de oogst
van de jacht op Bonaparte, gezaaid par hasard.

Pieter Bas Kempe


Foto: © Hans Mellendijk

Foto: © Thea Zweerink | Beeld: Bewogen tekeningen | Thea Zweerink


bewogen tekeningen

lopen in aarzelende tred
steun voorzichtig op rechtervoet 
de draai

sluit aan
dansend door het bos lopen en
rennend langs de hoge bomen
alles

golft voel
de rilling door beweging
voel de trilling van het bos

energie
oerknal

Hans Mellendijk
gedicht bij werk van Thea Zweerink


Murphy's Law 

urenlang een verwoede jaagpartij
op het wild in een rij vormeloze zandruggen
gelegen in het hele schietgebied.
oordoppen in, neuspleister bij allergie
iets in het gebit tegen het klappertanden
watten in het jagerspak tegen de koude.
altijd is er Murphy met zijn Wet:
"Alles dat mis kan gaan zal mis gaan":
te weinig vuurkracht: je ziet het krachteloos aan.
hoe je verslagen wegloopt met je zware geweer
het mannetje dat zijn verlies niet kan verdragen
en toch op dat verdomde hert wil jagen,
in de bossen van Enghuizen
ondanks 'Murphy's Law'.

Louis Radstaak



Uitzicht over een gewezen vaargat

Pas na zijn ontdekken
toont het vaargat

de sluimerlevendige,
dienstbewezen rijkdom
die het bemantelt.

Wij zien slechts uit
over die kostbaarheid,
over die puinpilaar,

die Zuil van Boeren,
naar nu nog twee
troosteloze draden
met braamguirlandes
en nergens het hek dat
dit onlandje ooit kroonde
tot Poort van Wei.

Zo bewaart ook

dit voormalig vaargat
zijn kunstschat in het
archeologisch universum.

Bert Scheuter



Foto: © Hans Mellendijk Beeld: Inanna | Godin van de levenskracht (scheppen  en vernietigen) | Gerrie Ploeg

De eerste vrouw

als kind speelden we krijgertje
je schoot me steeds voorbij
en je verstopte je zo goed
dat ik je nooit meer vond

verblind door m'n eigen licht
verloor ik de vorm van je gezicht
en jij leefde al die tijd
aan de achterkant van mijn gelijk

ik kan niet in jouw schaduw staan
mijn kroon en mijn vertoon
gedeeld, gebroken, opgesplitst
alles heb ik afgedaan

mijn zuster uit dezelfde schoot
vrouw van vele namen
je hebt me van schone schijn bevrijd
hier vallen we voor altijd samen

Helma Snelooper
gedicht bij kunstwerk van Gerrie Ploeg



Gevonden goed 

je vertrek vrat alles aan
ik zag door een waas van tranen
jouw beeld, eerst scherp geëtst,
door zoute pijn verpoetst
tot koperroest
niet meer te herleiden hoe je ogen ook weer waren; 
bruin of groen of grijs
ik zocht ze in de steen, de grond, het gras
tot ik, achter ondoordringbaar struikgewas
het hier vond

dit is de plaats
waar ik het dichtst bij jou kan raken
ik hoor je stem, je kaatst je gouden lach tot in de lucht
en terug, tot diep in mijn gedachten
weet je nog wel hoe we hand in hand
en altijd samen
soms zie ik je zomaar ineens ontwaken
op deze plek van rust
waar je alleen maar ligt te wachten
op wie je wakker kust

Helma Snelooper


Mijn sporen

Op dit landgoed zwijgen oude bomen discreet
over de  sporen die ik achteloos achterlaat
een voetstap, mijn afdruk in deze donkere aarde
de hoge klank van mijn opgewonden stem
of het boodschappenbriefje waarop vis
brood, kaas en wijn met een uitroepteken.

Meestal houden de eiken en beuken hun mond
behalve als de wind hun blad beweegt
dan lispelen en fluisteren zij uit ergernis
over mijn stampende voeten of luide stem
waardoor vogels opvliegen om zich snel
te verstoppen in de volle kruinen.

Het verkreukelde boodschappenbriefje rust
onder de rododendrons,  alles is gekocht en gegeten
in een andere wereld ver van hier, waarnaar ik telkens
telkens weer  terugkeer. Mijn sporen wis ik niet uit.

Margót Veldhuizen




Klinkplek

In het lichte landschap loopt
een kleine zanger met groene benen
op een bloemige bekleding
bewegend in de wind als muziek.

Een tapijt van gras ligt in het verschiet
maar grillige paden houden het tegen
omdat er onvermoede afgronden liggen
met een diepe, diepe blauwe zee.

Ieder moment vallen er tonen
regelrecht naar de woorden
die klinken langs het pad
op een plek waar de poëzie zingt.


Lidwiene Vermeij
gedicht bij kunstwerk van Rolf Wolters


Boswachter

Kijker en ogen
zijn voor de boswachter
wat woorden zijn
voor de dichters.
Een enkel mooi woord
laat hij achteloos vallen.
Be-sche-per-de kudde!
Hij proeft het nog eens,
en dan, de kijker alweer
gericht naar de hemel,
wijst hij: Een buizerd!
De dichters praten alweer
en zijn al lang voorbij
de plaats waar hij
de ouders ziet
van vijf ganzenkuikens.

Anna Wiersma

Geen opmerkingen:

Een reactie posten